Geschiedenis van de chocolade
| De cacaoboom De officiële botanische naam van de cacaoboom is Theobroma cacao (theobroma betekent : voedsel van de goden). De gekweekte cacaoboom is 5 - 6 m hoog, met een matige dikke stam, van licht poreus hout, bedekt met een rossig bruine bast. Op ongeveer 1 a 2 meter van de grond vertakt de stam zich in 2 - 5 wijd uitstaande hoofdtakken, die zich weer verder vertakken en een dichte bladerkroon vormen. De bladeren lijken op die van een tamme kastanje en zijn leerachtig. Na een jaar vallen de bladeren gewoonlijk alweer af. Tegen het 4e levensjaar begint de cacaoboom bloemen voort te brengen en bloeit dan verder onafgebroken zijn gehele leven door. Anders dan we gewend zijn van bijvoorbeeld appel- en perenbomen, bloeit de cacaoboom vrijwel het hele jaar door. Slechts uit ongeveer 5 procent van de bloemen groeit ook daadwerkelijk een vrucht, met een maximum van dertig per jaar, de opbrengst is het grootste tegen het tiende of twaalfde levensjaar, blijft dan een jaar of tien op dat niveau staan, om daarna steeds weer te verminderen. De cacaoboom leeft meer dan 50 jaar, en is een typisch tropisch cultuurgewas; hij vraagt een gelijkmatig warm en vochtig klimaat, is zeer gevoelig voor wind en sterke zonbestraling. Daarom zijn zogenaamde schaduwbomen nodig die de cacao beschermen tegen teveel zonlicht. Deze bomen mogen natuurlijk niet de voor de cacao benodigde voedingsstoffen aan de grond onttrekken. De meest geschikte bomen hiervoor zijn bananen, cassave, en papaja. |



